Lezingen:
Leviticus 1:1–5:26, Ezechiël 45:16–46:18, Hebreeën 9:1–28

 

“De HEERE riep Mozes en sprak tot hem vanuit de tent van ontmoeting:...” (Leviticus 1:1)

 

Een diepere openbaring van Yeshua

De oudste naam voor Vayikra — het boek dat wij kennen als Leviticus, het derde boek van Mozes — is Torat Kohanim, de Wet van de Priesters. Dit boek ontvouwt Gods heilige orde voor de tempeldienst: de offers, het priesterschap (Kohanim) en de roeping van Israël als een priesterlijk volk temidden van de volken.

 

De offers als profetische voorafschaduwing

De verschillende offers — het brandoffer, het spijsoffer, het vredeoffer, het zondoffer en het schuldoffer — zijn veel meer dan rituele voorschriften. Zij vormen profetische voorafschaduwingen van het volmaakte offer dat eens gebracht zou worden. Elk offer belicht een ander aspect van verzoening, toewijding en gemeenschap met God, en wijst vooruit naar de Messias, Die Zichzelf geheel en al aan God zou offeren. Zonder inzicht in deze offerwetten blijft de diepte van de Messiaanse verzoening verborgen. Het is juist binnen deze kaders dat de betekenis van het kruis zichtbaar wordt.

 

Het bloed en de plaatsvervanging

In Vayikra staat het bloed centraal: “Want het leven van het vlees is in het bloed, en Ik heb dat Zelf voor u op het altaar gegeven om voor uw leven verzoening te doen. Want het is het bloed dat door middel van het leven verzoening bewerkt.” (Leviticus 17:11).

Deze uitspraak vormt het theologische hart van de offerdienst. Bloed staat voor leven, en verzoening vereist leven in plaats van leven. Dit principe vindt zijn ultieme vervulling in het vergoten bloed van Yeshua, Die als plaatsvervangend offer stierf. Zijn dood is niet los te zien van de offerwetten, maar vormt hun goddelijke voltooiing.

 

De priester en de Hogepriester

Het Levitische priesterschap fungeert als middelaar tussen God en het volk. (Numeri 16:46–48). Toch was dit priesterschap tijdelijk en onvolmaakt. Het wijst vooruit naar de Messias als de volmaakte Hogepriester — niet uit het geslacht van Aäron, maar naar de orde van Melchizedek — Die Zichzelf niet telkens opnieuw hoeft te offeren, maar eenmaal en voor altijd verzoening heeft bewerkt. (Hebreeën 7:27). Zo verenigt Yeshua in Zijn persoon zowel het offer als de priester die het brengt.

 

Vayikra als fundament van het messiaanse geloof

Vayikra is daarom geen achterhaald wetsboek, maar een sleutel tot het verstaan van Brit Chadashah (het Nieuwe Verbond). Wie de taal van de offers leert spreken, begrijpt beter de taal van het kruis. Wie de priesterdienst bestudeert, herkent de majesteit van de Messias als Hogepriester. En wie de roeping tot heiligheid verstaat, ontdekt de weg van navolging.

Zo opent Vayikra een dieper zicht op Yeshua — niet als breuk met de Tora, maar als haar vervulling en voltooiing.

 

Tot Adonai naderen

Wie kan een offer aan de HEERE brengen? “Nader tot God, en Hij zal tot u naderen… (Jakobus 4:8).

Het Hebreeuwse woord voor offer is korban, afgeleid van het werkwoord karov, dat ‘nabij komen’ betekent. Een offer was dus niet in de eerste plaats een ritueel op zichzelf, maar een door God gegeven weg waardoor een mens tot Hem kon naderen. Het offer bracht de aanbidder in de nabijheid van de HEERE.

Dit principe weerspiegelt een diep geestelijk patroon dat we ook elders in de Schrift terugvinden. Zoals de vader in de gelijkenis van de ‘verloren’ zoon zijn kind al van verre zag en hem tegemoet rende, zo belooft God Zelf dat Hij ons tegemoetkomt wanneer wij ook maar een stap in Zijn richting zetten. (Jakobus 4:8).

De HEERE droeg Mozes op om deze boodschap aan Israël door te geven: “... Wanneer iemand van u de HEERE een offergave wil aanbieden...” (Leviticus 1:2)

Het Hebreeuwse woord dat hier met “iemand” of “mens” wordt vertaald, is adam. Dit woord is verwant aan adamah, dat aarde, grond of zelfs stof betekent. De mens wordt hier getekend als een wezen dat uit de aarde genomen is, kwetsbaar en afhankelijk van zijn Schepper.

In deze context verwijst adam niet slechts naar één individu, maar naar de mensheid als geheel. Het benadrukt dat de uitnodiging om tot God te naderen niet beperkt is tot een specifieke groep, afkomst of geslacht. Iedereen die zich bewust is van zijn aardse oorsprong en zijn behoefte aan God, wordt uitgenodigd om te naderen.

Zo laat Vayikra vanaf het allereerste hoofdstuk zien dat de weg tot God openstaat — niet door menselijke verdienste, maar door gehoorzaam te antwoorden op Zijn roep om nabijheid.

“Zo schiep God de mens [Adam] naar Zijn beeld, naar het beeld van God schiep Hij hem, man en vrouw schiep Hij hen.” (Genesis 1:27)

 

Wie kan een offer aan de HEERE brengen?

De wet in Vayikra laat duidelijk zien dat niet alleen een Israëlische man een offer aan de HEERE kon brengen, maar dat God ook de offers van vreemdelingen die in Israël woonden aanvaardde. “Spreek tot Aäron, tot zijn zonen en tot al de Israëlieten, en zeg tegen hen: Ieder uit het huis van Israël en uit de vreemdelingen in Israël die zijn offergave aanbiedt overeenkomstig al hun geloften en al hun vrijwillige gaven, die zij de HEERE als brandoffer aanbieden – om een welgevallen voor u te vinden, moet het een mannetje zonder enig gebrek zijn van de runderen, de schapen of de geiten.” (Leviticus 22:18-19)

Zelfs een vreemdeling kon naar de tempel komen om te bidden, en God hoorde en verhoorde hun gebeden. Zo werd de aanbidding van Israël een licht voor alle volken: “Zelfs ook wat de vreemdeling betreft, die niet tot Uw volk Israël behoort, maar uit een ver land komt omwille van Uw Naam want zij zullen horen van Uw grote Naam, van Uw sterke hand en van Uw uitgestrekte arm – wanneer hij komt en naar dit huis zijn gebed richt, luistert Ú dan in de hemel, Uw vaste woonplaats, en doe overeenkomstig alles wat de vreemdeling tot U roepen zal, opdat alle volken van de aarde Uw Naam kennen en U vrezen, zoals Uw volk Israël, en erkennen dat Uw Naam is uitgeroepen over dit huis dat ik gebouwd heb.”
(1 Koningen 8:41-43)

Deze universele openbaring werd later ook door Petrus ervaren. Hij besefte dat God geen onderscheid maakt op basis van afkomst, maar ieder aanneemt die Hem vreest en rechtvaardig handelt: “En Petrus opende zijn mond en zei: Ik zie nu in waarheid in dat God niet iemand om de persoon aanneemt; maar in ieder volk is degene die Hem vreest en gerechtigheid doet, Hem welgevallig.” (Handelingen 10:34-35)

Uiteindelijk weerspiegelt dit het diepste principe van Gods schepping: wij zijn allen geschapen naar Zijn beeld — Jood en niet-Jood, man en vrouw. Zoals Paulus schrijft: “… overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft. Daarbij is niet Griek en Jood van belang, besnedene en onbesnedene, barbaar en Scyth, slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen.” (Kolossenzen 3:10-11)

Zo laat de Bijbel zien dat de uitnodiging om God te naderen grenzeloos is, en dat het offer van het hart telt, ongeacht afkomst of status.

 

Een onberispelijk aanbod

“Als zijn offergave een brandoffer van runderen is, moet hij een mannetje zonder enig gebrek (tamin) aanbieden. Hij moet dat bij de ingang van de tent van ontmoeting aanbieden om een welgevallen voor zich te vinden voor het aangezicht van de HEERE.”
(Leviticus 1:3)

In Leviticus wordt benadrukt dat het brandoffer onberispelijk moest zijn. Het Hebreeuwse woord tamim, afgeleid van tamam, betekent puur, perfect, onbevlekt en heel.

Op persoonlijk vlak laat dit zien dat God geen behoefte heeft aan restjes, gebrekkige gaven of dingen die we toch al wilden weggooien.

Een offer moet ons iets kosten. Koning David zei: Toen zei koning David tegen Ornan: Nee, ik wil het beslist voor de volle prijs kopen, want ik wil niet wat van u is voor de HEERE nemen, zodat ik een brandoffer breng dat niets kost.” (1 Kronieken 21:24)

Het offer is pas echt betekenisvol wanneer het gepaard gaat met oprecht berouw en een vernieuwd hart. Uiteindelijk is het alleen Messias Yeshua die deze innerlijke verandering kan bewerken, zoals de messiaanse profetie in Maleachi 3 aangeeft: “Hij zal zitten als iemand die zilver smelt en reinigt: Hij zal de Levieten reinigen en hen zuiveren als goud en zilver. Dan zullen zij de HEERE een graanoffer brengen in gerechtigheid. Dan zal het graanoffer van Juda en Jeruzalem voor de HEERE aangenaam zijn, zoals in de dagen van oude tijden af, zoals in vroegere jaren.” (Maleachi 3:3-4)

Zo leert Vayikra dat een waar offer niet slechts een handeling is, maar een weerspiegeling van een zuiver, toegewijd en vernieuwd hart.

 

Tamim: Een puur offer

De Schrift maakt duidelijk dat Yeshua, de lijdende Messias, het volmaakte offer, zonder gebrek, zonde of smet was.

Pilatus symboliseerde dit zelf toen hij zijn handen waste en sprak: “Toen dan de overpriesters en de dienaars Hem zagen, schreeuwden zij: Kruisig Hem, Kruisig Hem! Pilatus zei tegen hen: Neemt u Hem en kruisig Hem, want ik vind in Hem geen schuld.” (Johannes 19:6)

Een minder directe, maar wellicht profetische bevestiging van Zijn reinheid vinden we in het ritueel van het Pesachoffer.

In de tijd van de Tempel moest het paaslam vóór het offeren vier dagen lang worden geïnspecteerd om te verzekeren dat het rein en zonder gebreken [tamim] was.

Op dezelfde manier ging Yeshua, voordat Hij op Pesach werd geofferd als het onberispelijke Lam van God, Jeruzalem binnen en onderwees Hij in de tempel, zichtbaar voor het volk en de religieuze leiders.1 Zijn leer, leven en gedrag waren een levende bevestiging van Zijn ‘tamim-heid’ — Zijn volmaakte reinheid en geschiktheid als ultiem offer voor de mensheid.

 

Verzoening met God

De Torah laat duidelijk zien dat onze zonden ons van God scheiden, en dat een offer, in het Hebreeuws ook wel oleh genoemd — wat “opstijgen” betekent — nodig is om herstel in de relatie met Hem te brengen. “Want het leven van het vlees is in het bloed, en Ik heb dat Zelf voor u op het altaar gegeven om voor uw leven verzoening te doen. Want het is het bloed dat door middel van het leven verzoening bewerkt.” (Leviticus 17:11)

Het offer bracht verzoening voor degene die het bracht en maakte zo wederzijdse harmonie met God mogelijk.

Het Engelse woord atonement is afgeleid van at-one-ment, en betekende oorspronkelijk: “één zijn” of “in harmonie zijn met iemand”. Het drukt uit dat een conflict is opgelost en een relatie is hersteld.

Op dezelfde manier betekent het Hebreeuwse woord voor verzoening (kopher) “verzoenen”, “tot een goed einde brengen” of “personen die met elkaar in conflict zijn, weer tot eenheid brengen”.

Zo laat het verzoeningsoffer zien dat het de relatie met God herstelt en de mens terugbrengt in gemeenschap met zijn Schepper.

 

Vrijwillig offer en innerlijke rust

Omdat de tempel in Jeruzalem niet langer bestaat en er geen offers meer gebracht kunnen worden, hebben de rabbijnen alternatieve manieren ontwikkeld om zonden te bedekken. Volgens de rabbijnse traditie zijn nu drie zaken voldoende: Teshuvah (berouw), Tzedakah (liefdadigheid) en Tefilah (gebed).

Toch zijn Gods wegen hoger dan de onze. Hij verlangt nog steeds naar een bloedoffer, en zonder dat blijft er slechts een vage hoop dat onze namen in het Boek des Levens staan.

Wanneer wij echter ons vertrouwen stellen in Yeshua’s “eens en voor altijd”-offer van Zijn eigen leven, hebben wij de zekerheid dat onze zonden werkelijk vergeven zijn. Zijn bloed bedekt ze niet alleen, maar verwijdert ze volledig – zo ver als het oosten van het westen ligt. “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.” (Hebreeën 9:12)

Het verzoeningsoffer van Yeshua doet veel meer dan de offers van stieren, geiten of de as van de rode koe ooit konden doen. Die konden de berouwvolle slechts ritueel reinigen, maar alleen Hij kan de berouwvolle zondaar innerlijk zuiveren. (Hebreeën 9:11–15; 10:4)

Zo toont God ons dat de weg van verzoening en echte reiniging volledig door de Messias wordt voltooid, en niet door menselijke rituelen alleen.

 

Vrijwillig offer en innerlijke rust

“... Het is een brandoffer, een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE.” (Leviticus 1:17)

Leviticus benadrukt dat het brandoffer dat aan God wordt gebracht een aangename geur heeft. In het Hebreeuws klinkt dit als reiach nichoach l’YHVH — een geur die God welgevallig is. Het woord nichoach is afgeleid van nuach, wat troost of rust betekent.

Misschien vraagt u zich af hoe de geur van geroosterd vlees voor God troostend kan zijn. Het antwoord ligt niet in het vlees zelf, maar in de houding van de gever. Het brandoffer moest vrijwillig en met een vrije, bereidwillige geest worden gebracht. Het was het oprechte verlangen van de aanbidder om de relatie met God te herstellen dat Zijn hart troostte.

De verzoening die hieruit voortkomt, brengt ook rust en vrede aan de menselijke ziel, omdat het herstel van gemeenschap met God een diep innerlijk effect heeft.

 

Een aangenaam offer voor God

“Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk: dat is uw redelijke godsdienst.”

(Romeinen 12:1)

Als gelovigen in Messias Yeshua zijn wij zelf geroepen om levende offers te zijn. Wanneer wij vrijwillig toestaan dat Zijn Geest ons leidt, en ons niet laten meeslepen door de verlangens van het vlees, wordt ons leven een aangename geur voor God, die Hem vreugde en troost schenkt.

Elk offer brengt iets met zich mee: het kost iets, maar het draagt ook de belofte van een beloning. Het ultieme offer van Yeshua aan het kruis heeft talloze mensen teruggebracht in een juiste relatie met God. Hij is ons voorbeeld van een levend offer, en elke oprechte daad van zelfopoffering voor het welzijn van een ander draagt het zaad van toekomstige zegeningen in zich.

We hebben niets te verliezen door ons leven als een levend offer aan te bieden, want Yeshua beloofde: “Wie zijn leven vindt, zal het verliezen; en wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden.”
(Matteüs 10:39)

Mogen ook wij tot God naderen met geloof, hoop en liefde, door het Paaslam Yeshua HaMashiach (Jezus de Messias).

 

Reflectie

Bij het lezen van Leviticus, Ezechiël en Hebreeën worden wij opnieuw bewust van de diepe betekenis van offers en de weg naar verzoening met God. Vayikra, het boek van de priesters, laat zien dat de tempeldienst en de offerwetten niet slechts rituelen zijn, maar profetische voorafschaduwingen van het volmaakte offer van Yeshua, onze Messias.

Wanneer wij nadenken over het principe van bloed en plaatsvervanging (Leviticus 17:11), voelen wij hoe serieus God het neemt dat leven wordt gegeven voor leven. Het roept ons op om onszelf als levende offers toe te wijden en onze verlangens onder Zijn leiding te brengen (Romeinen 12:1).

Het beeld van tamim, het onberispelijke offer, daagt ons uit. Geven wij God het beste van onszelf, of slechts wat overblijft? Brengen wij restjes — onze tijd, energie, aandacht — terwijl Hij het volmaakte verlangt? De boodschap van Maleachi 3 en het voorbeeld van Yeshua laten zien dat innerlijke verandering nodig is: een zuiver hart, oprecht berouw en volledige toewijding.

Wij worden ook herinnerd aan de universele uitnodiging om God te naderen: niet alleen voor de Israëlieten, maar voor allen die hun hart naar Hem richten (Leviticus 22:18-19; 1 Koningen 8:41-43). God maakt geen onderscheid, zoals Petrus later begreep (Handelingen 10:34-35). Dit daagt ons uit om onze vooroordelen en grenzen los te laten en te beseffen dat Zijn liefde voor iedereen is.

Het brandoffer als reiach nichoach — een aangename geur voor God — laat ons stilstaan bij onze motivatie. Het gaat niet om uiterlijk vertoon, maar om een oprecht verlangen om in relatie met God te leven. Ons leven, onze keuzes, onze tijd, onze gebeden: brengen zij Hem vreugde en troost?

Het ultieme offer van Yeshua biedt ons zekerheid: Zijn bloed bedekt en verwijdert onze zonden volledig. Dit geeft ons rust en moed om onszelf als levende offers te geven, wetende dat elke oprechte daad van toewijding, liefde en zelfopoffering vrucht draagt. Zijn voorbeeld herinnert ons eraan dat echte navolging iets kost, maar altijd leidt tot gemeenschap met God en een leven dat Hem eer brengt.

 

Sommige bijbelgeleerden leren dat Yeshua vier dagen in Jeruzalem onderwees voordat Hij als het volmaakte Lam werd geofferd, en zien hierin een symbolische parallel met het vierdaagse inspectieproces van het Pesachlam; deze interpretatie is niet in de Schrift te vinden.

 



Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.