Vragenblad
Tekstgedeelte: Deuteronomium 1:1–3:22
- Ik sprak tot heel Israël, niet vanuit een paleis, maar aan de overzijde van de Jordaan in de woestijn.
📖 Deuteronomium 1:1 - Ik was de plaats waar God zei: “U bent lang genoeg bij deze berg gebleven.”
📖 Deuteronomium 1:6 - Ik was het land dat God aan mijn voorvaderen beloofde en dat Israël mocht binnengaan.
📖 Deuteronomium 1:8 - Wij werden aangesteld om het volk te leiden en recht te spreken over kleine en grote zaken.
📖 Deuteronomium 1:13-17 - Wij gingen op onderzoek uit, maar onze berichten brachten angst en ontmoediging onder het volk.
📖 Deuteronomium 1:22-28 - Ik bleef trouw toen anderen bang werden en ik mocht het land binnengaan.
📖 Deuteronomium 1:36 - Ik kreeg de taak om het volk verder te leiden nadat Mozes zijn einde naderde.
📖 Deuteronomium 1:38 - Wij wilden alsnog optrekken, maar zonder Gods opdracht en zonder Zijn zegen.
📖 Deuteronomium 1:41-44 - Ik mocht niet worden aangevallen, want mijn gebied had God al aan mij gegeven.
📖 Deuteronomium 2:4-5 - Ik was een koning die Israël niet mocht bestrijden, omdat mijn tijd nog niet gekomen was.
📖 Deuteronomium 2:19 - Ik was een machtige koning van Chesbon die verslagen werd door Israël.
📖 Deuteronomium 2:24-33 - Ik was zo groot dat zelfs mijn bed van ijzer werd genoemd.
📖 Deuteronomium 3:11 - Wij ontvingen een gebied aan de oostzijde van de Jordaan als erfbezit.
📖 Deuteronomium 3:12-13 - Ik kreeg de opdracht om niet bang te zijn, want God zou Zelf voor mij strijden.
📖 Deuteronomium 3:21-22 - Ik keek terug op de reis van Israël en herinnerde het volk aan Gods leiding en hun eigen keuzes.
📖 Deuteronomium 1:9-33