Proloog
De Tora is het heilige boek van het Jodendom. Zij omvat de eerste vijf boeken van de Bijbel — Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium — en bevat wetten, verhalen, wijsheid en richtlijnen voor het leven. De Tora is geen boek om vluchtig door te lezen; zij is gegeven om gelezen, herlezen en geleefd te worden.
Al duizenden jaren klinkt de Tora week na week in synagogen, huizen en harten. Niet als losse teksten, maar als een doorgaande weg. Die weg wordt gevormd door de parashot: de wekelijkse Bijbelgedeelten waarin de Tora wordt gelezen en overdacht. Een parasha is een gedeelte uit de Tora dat in één week wordt gelezen, zodat de hele Tora in de loop van een jaar wordt doorlopen.
Voor veel lezers is het begrip parasha wellicht nieuw. Toch ligt achter deze indeling een lange, zorgvuldige en liefdevolle traditie. De parashot zijn ontstaan vanuit de praktijk van het gezamenlijk lezen van Gods Woord. Zij vormen niet alleen een leesrooster, maar weerspiegelen een manier van leven: luisteren, onthouden en doorgeven.
Al in de dagen van Ezra lezen we hoe de Tora publiek werd voorgelezen aan het volk (Neh. 8). Mannen, vrouwen en kinderen kwamen bijeen om de woorden te horen, te begrijpen en toe te passen. In die tijd bestond nog geen vaste wekelijkse indeling zoals wij die nu kennen. De nadruk lag — en ligt — niet op schema’s, maar op ontmoeting: het Woord dat opnieuw tot het volk komt.
In de eeuwen daarna ontstonden verschillende leescycli. In het land Israël werd lange tijd een driejarige cyclus gevolgd, terwijl zich in Babylonië een jaarlijkse cyclus ontwikkelde, waarin de hele Tora in één jaar werd doorlopen. Deze jaarlijkse indeling groeide uit tot de meest gebruikte vorm en werd in de periode van de Talmoed (ca. 3e–6e eeuw na Christus) verder vastgelegd.
Toen werden ook het aantal parashot (54), hun volgorde en hun namen gestandaardiseerd — meestal ontleend aan het eerste betekenisvolle woord van het betreffende gedeelte. Het aantal van 54 maakt het mogelijk om in een schrikkeljaar elke week een parasha te lezen, terwijl in kortere jaren gedeelten worden samengevoegd.
Belangrijk is dat deze indeling ouder is dan de hoofdstuk- en versindeling die wij kennen. Die indeling is van latere, middeleeuwse oorsprong. De parashot volgen daarentegen de natuurlijke opbouw van de tekst zelf: verhaallijnen, thematische overgangen en momenten van spanning en rust.
De Parasha en jij
Het volgen van de parasha-kalender is een goede manier voor het bestuderen van de Bijbel. Door op deze manier de Bijbel te bestuderen leren we verbanden zien tussen Schriftgedeelten uit zowel de eerste vijf boeken van Mozes, als de profeten, als de boeken van het Nieuwe Testament.
Zoals gezegd horen we Yeshua/Jezus Zelf zeggen in Johannes 5:39; “U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen.”
Met 'de Schriften', doelde Hij vanzelfsprekend op de toenmalige geschriften uit het Oude Testament, immers het Nieuwe Testament was nog niet geschreven.
Hij erkende en respecteerde het goddelijke gezag van de Schriften, en bevestigde dat die van Hem getuigden. Om enkele voorbeelden hiervan te noemen:
a. Mozes ‘heeft over Mij geschreven’ (Joh. 5:46);
b. Abraham ‘verheugde zich erop dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft die gezien en zich verblijd’ (Joh. 8:56);
c. David zelf noemde de Christus zijn ‘Heer’, hoe is Hij dan zijn Zoon? (Matt. 22:45; Mark. 12:37; Luk. 20:44).
Christus citeerde met grote regelmaat uit het geschreven Woord van God. Hij verwees in totaal naar ongeveer twintig personen uit het Oude Testament en citeerde uit negentien verschillende boeken. Hoe vaak zei Hij niet: ‘Er staat geschreven’, ‘de Schriften getuigen van Mij’, ‘de Schriften moeten vervuld worden’, ‘Hebt u niet gelezen’, etc. Tegen de sadduceeën, die de opstanding loochenden, zei Hij: ‘U dwaalt, daar u de Schriften niet kent, noch de kracht van God’ (Matt. 22:29). Hij citeerde daarbij uit Exodus 3:6, waar staat dat God de God is van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. God is niet een God van doden, maar van levenden! Terecht stond de menigte versteld over Zijn leer.
Bijbellezen is Yeshua/Jezus ontdekken. Sindsdien is dat de manier waarop we heel de Bijbel lezen: Hem tegenkomen, op elke bladzijde, telkens weer. Het gaat niet om geschiedenis, cultuur, wetenschap, normen en waarden, de wet – maar om Hem. Jezus heeft die manier van Bijbellezen Zelf ingesteld, niet alleen voor Hemzelf, maar voor al zijn volgelingen, en ook voor ons.
De hele Bijbel ademt Yeshua/Jezus uit. Alles in Gods boek wijst naar Hem. “De geest van de profetie is het getuigenis van Jezus (Op. 19:10, NBG ’51).
Wanneer wordt Bijbellezen het beste voedsel voor je ziel? Als je Hem erin tegenkomt. Het is God te doen is om Yeshua/Jezus en jou, door heel de Bijbel heen.
Telkens als je in de Bijbel, op welk onverwacht moment ook, Hem ontdekt, wekt dat geloof op. Je hart gaat branden, net als bij die twee Emmaüsgangers.
Ik wens je veel ‘branduren’ toe!